Stemloos

antaflu

Zonder stem kun je geen lesgeven, of toch? Vandaag ga ik de uitdaging aan. Als ik mijn meest luidruchtige klas het lokaal binnenlaat, bekruipt mij de twijfel: Hoe ga ik deze pratende pubers in hemelsnaam stil aan het werk krijgen? Dat blijkt makkelijker dan verwacht. Door mijn zwijgen voelen mijn leerlingen zich plots verantwoordelijk voor hun werk. In doodse stilte wachten ze op de instructie.

Ik klink alsof ik een jongen ben die de baard in zijn keel krijgt. Gelukkig heb je voor een simpele ‘ssst’ je stembanden niet nodig. Als ik de aandacht heb van het merendeel van de klas, doe ik een poging met wat schorre klanken wat woorden te produceren. Ik wil de klas in elk geval uitleggen aan welke opdracht ze vandaag in stilte aan gaan werken.

Zodra ik mijn mond opendoe, verstomt het geroep en getier. Met een klassikale ‘ahhh…’ wordt het muisstil. Voordat ik het weet buigen de leerlingen zich over hun schriften. Alsof ook zij massaal getroffen zijn door een flinke keelgriep, worden vragen niet lukraak door de klas geroepen. Netjes steken vragers hun vinger op om op fluistertoon hun vraag te stellen.

De ongekende rust waarin de klas werkt, zet me aan het denken. Waarom hebben wij als docent de neiging onze stem te verheffen als we aandacht en stilte willen? Zelf word ik niet bepaald rustig als iemand zijn gebrul op mij botviert. Hoogstens bang voor de bozige baas tegenover mij, maar angst is niet de emotie die ik bij mijn leerlingen op wil roepen.

Vandaag hebben mijn leerlingen weinig om bang voor te zijn. Ze kunnen de boel afbreken zonder dat er een stem is die hen terechtwijst of een hoorbare straf uitspreekt. De leerlingen kunnen doen wat ze willen en zijn braver dan ooit. Voor mij het bewijs dat je storende scholieren beter een flinke dosis verantwoordelijkheid kunt geven dan een strenge straf. Wie een klas stil en aan het werk wil krijgen, kan maar beter zelf even zijn mond houden.

Advertenties

Roze koeken en kokoswater

20160407_100049

 

 

 

 

 

Mijn leerling heeft geen tijd om het bord schoon te maken. De bel is zojuist gegaan en hij heeft precies 25 minuten om heen en weer naar de AH te racen. Is de kantine gesloten vandaag?, vraag ik. Hij kijkt me aan alsof ik plots ben veranderd in een marsmannetje. ‘Ik ga echt geen drie euro betalen voor een lullig broodje!’ Kennelijk slaan wij met onze bio-dynamische kantine de plank volledig mis.

Terwijl ik zelf met een natte spons mijn hanenpoten wegveeg, sprint de jongen de trappen af. Samen met drie vriendjes zet hij koers richting de supermarkt om voor weinig geld veel troep in te slaan. De regen die hen daarbij in het gezicht slaat, houdt hen niet tegen.

Dat geldt voor meer leerlingen. Als ik het volgende uur wil starten, druppelen er nog snel twee verregende meisjes het lokaal in. Ik kan nog net voorkomen dat de les start in een polonaise van roze koeken en saucijzenbroodjes. Zichtbaar geïrriteerd stopt het meisje op mijn verzoek een half opgeslokte krentenbol terug in de zak. ‘Ik kan toch niet en eten halen en dat ook nog opeten in zo’n korte pauze’, moppert ze bozig.

Ik denk aan de kantinejuf die jaren geleden rigoureus de plofkippen, kleur-, geur- en smaakstoffen in de ban deed. Geen light-rommel meer, maar natuurlijk kokoswater. Geen boterloze broodjes magere plofkip, maar zelfbereide humus. En daar hangt een prijskaartje aan. Maar of dat echt de reden is voor de massale sprint naar de supermarkt? Dat lijkt me niet.. Ik ken tenminste weinig tieners die voor een boerenboterham met bio-kaas gaan als er op een steenworp afstand een grote zak snoep te wachten ligt.

Omgekeerde wereld

p9246793f

 

 

 

 

 

Alles is altijd school, verzucht een leerling aan het einde van de les. Mijn feedback op haar tekst belandt tussen de boeken en geplette boterhammen in haar Fjällräven-tas. Ik sus haar met het vooruitzicht van de voorjaarsvakantie. Ik denk aan mijn eigen vakanties vroeger. De eindeloze shopmiddagen met vriendinnetjes en tekenfilmmarathons als mijn ouders werkten. Warme chocolademelk drinken en gebakjes eten met mijn tante. Antieke herinneringen waar mijn leerling zich niets bij kan voorstellen. Als ik me morgenochtend op Schiphol meld, kruipen mijn leerlingen achter hun computers om verder te werken.

Alles is altijd school. De eerste vakantiedag vlieg ik naar Istanbul. Zodra ik de wifi-verbinding van het hotel activeer, begint mijn telefoon te piepen. Mailtjes, van leerlingen. Ze vragen naar boekentips, verduidelijking van instructies of geven mij een update van hun werkstukken. ‘Deze week ga ik gebruiken om de eerste hoofdstukken goed neer te zetten’, ‘Is deze uitwerking wel goed genoeg voor vwo?’. Twee leerlingen vragen of we deze week kunnen Skypen voor overleg.

Alles in mij wil op reply drukken. Ik wil deze ploeterende pubers helpen, bijstaan in hun worsteling met onderzoeksvragen, formuleringen en argumentatieschema’s. Maar er klopt iets niet. Schoolvakantie is bedoeld om leerlingen uit te laten rusten, niet om docenten een stedentripje te gunnen. Toch vier ik nu vakantie en werken mijn leerlingen stug door. Als ik deze kinderen iets wil meegeven in hun leven, is het dat pauze net zo belangrijk is als werken. Ik wil hen niet opleiden tot een burn-out. Ik besluit ik hun mailtjes onbeantwoord te laten.

Het laatste weekend van de vakantie sta ik mijzelf toe de helpende hand toe te steken. Ik heb de neiging mij te excuseren en een verklaring te geven voor de radiostilte. Ik doe het niet en sluit af met de opmerking dat ze hebben kunnen genieten van hun welverdiende vrije tijd.

Welkom

Juf Marijn

Als er ergens veel over geschreven en gepraat wordt, is het wel het onderwijs. Van demonstrerende kleuterjuffen tot hakkentakkende ministers. Hoe meer het lerarenschap een onderwerp in de media wordt, hoe verder we wegbabbelen van de dagelijkse lespraktijk. Wil je echt weten hoe het er op een middelbare school aan toegaat? Dan kun je twee dingen doen: een lesdag meedraaien of dit blog lezen.

Mijn ideeën over didactiek of pedagogiek zul je hier niet vinden. Wat je leest is wat ik dagelijks meemaak. Gebeurtenissen die ik vijf jaar geleden niet voor mogelijk had gehouden toen ik mijn vaste baan inruilde voor een freelancebestaan als journalist en een baan in het onderwijs. Ik was de kantoortuin van tikkende vingers en onzichtbare lezers meer dan zat en bedacht tamelijk spontaan dat ik wel voor de klas wilde staan. Ik wilde wat betekenen voor deze wereld. Mijn bijdrage leveren aan de volgende generatie.

Zo gezegd zo gedaan. Niet beperkt door enige didactische kennis of kunde stond ik binnen mum van tijd oog in oog met een vierde havoklas. Mijn leven was op slag veranderd. Allereerst was mijn anonimiteit volledig verdwenen. Zonder problemen in mijn pyjama boodschappen doen was er niet meer bij. Net zo min kon ik nog poedeltje naakt door de kleedkamer van de sportschool of het zwembad banjeren.

Ineens had ik een voorbeeldfunctie en was ik verantwoordelijk voor de ontwikkeling van even lieve als onmogelijke pubers. Maar boven alles begon ik aan een leven waarbij elk lesuur zomaar een nieuwe verrassing kan zijn. Die verrassingen lees je hier.